Einde van de QR codes?
Zelf ben ik niet zo’n favoriet van QR codes. Als gebruiker moet je maar weten dat je deze code met een camera moet inscannen, en dan maar afwachten wat je te zien krijgt. Een QR code is dus nogal omslachtig, beperkt in de mogelijkheden en niet leesbaar. Waarom niet gewoon een foto maken van het product, een visitiekaartje of een advertentie en dan meteen meer informatie hieromtrent krijgen? Dus gewoon zoeken met een camera zonder dat ik eerst naar Google moet gaan om textueel te zoeken?
Met Google Goggles kun je zoeken aan de hand van foto’s die je maakt met je mobiele telefoon. Op dit moment is dit mogelijk met Android en iPhone telefoons.
In het tijdschrift Wired wordt al veelvuldig gebruik gemaakt van deze manier van zoeken. Door een foto te maken van de advertentie over de nieuwe Buick Regal Turbo krijg je meer informatie over deze auto. Dus zonder het invoeren van een webadres of het inscannen van een QR code. Het enige wat er op deze advertentie vermeld staat is dat je de interactieve mogelijkheden kunt bekijken door een foto te maken met Google Goggles.
De potentie is dus gigantisch voor het aanbieden van extra informatie voor bijvoorbeeld producten. Maak een foto van een fles wijn en krijg meteen alle informatie te zien over het product en waar je deze kunt kopen. Je maakt een foto en deze wordt gebruikt als zoekopdracht in Google.
Momenteel werkt Google Goggles met de volgende type content:
- Boeken & DVDs
- Landschappen
- Barcodes & QR codes
- Logos
- Contact informatie
- Kunst
- Producten
- Text
- Start de Google-applicatie op je iPhone of Android telefoon
- Ga naar Instellingen
- Tik op Google Goggles
- Zet de schakelaar van Goggles aan
- Er verschijnt naast het zoekvak nu een camera-icoon.
E-book or NEE-book
Geruime tijd ben ik aan het twijfelen of ik wel een e-book wil gaan aanschaffen. Lekker handig, veel boeken bij je, alles in een apparaat en ik hou nu eenmaal van gadgets. Echter heb ik nog niet de overstap gemaakt omdat ik hoopvol wachtte op de nieuwe I-pad. De voor en tegens daarover zijn ruimschoots on- en offline gecommuniceerd, dus ik wacht wel op de volgende generatie.. de I-pad laat ik dus even aan mij voorbij gaan. Dit geldt ook voor het huidige aanbod aan e-readers. Ik krijg het gevoel dat ik een oud apparaat in handen heb met een monochrome (e-Ink) display.. terug in de tijd gevoel dus. Aangezien ik redelijk functioneel ingesteld ben heb ik de voor- en nadelen maar eens op een rijtje gezet:
Voordelen:
1. Klein en compact
2. Veel opslag van boeken dus geen extra gewicht
3. Geen boekenkasten vol met stoffige boeken
4. Handige markeer/tagging mogelijkheden
Nadelen:
1. Is weer een elektronisch apparaat met alle voors-en-tegens
2. Redelijk kostbaar in eerste aanschaf
3. Boeken zijn (te) duur
4. Geen 2e hands boeken meer?
5. Beleving van boeken is minder
6. Formaat en uitwisseling kan problemen geven
Ik ben dan ook benieuwd naar ervaringen van anderen zodat ik wellicht toch de overstap zal maken…
Handige tools voor de lifehacker
In mijn dagelijkse werk maak ik veel gebruik van diverse tooljes die me het werken kan vergemakkelijken. Somige tools blijken in het gebruik soms toch niet zo handig te zijn, terwijl andere tools dit juist wel zijn.
Aangezien ik veel thuis werk vind ik het handig om tools te hebben die ik online kan benaderen of dat de tool beschikt over een desktop client. Tevens werk ik op diverse devices, dus het moet ook nog eens cross-platform geschikt zijn (hierbij bedoel ik eigelijk dat de tools geschikt moeten zijn voor zowel PC als Mac). Mijn mobiele telefoon gebruik ik toch voornamelijk om te bellen en mijn email te controleren. Ik heb dus geen tools op mijn mobiele telefoon staan.
Een aantal tools die ik zeer handig vind in het gebruik is:
1. DropBox
Met DropBox kun je bestanden via een centrale plek beschikbaar stellen. Bestanden sleep je dus naar je DropBox map, en de gegevens worden online opgeslagen. Je kunt dan met meerdere systemen beschikken over dezelfde bestanden. Dit is dus handig als je op het werk met een document bezig bent en thuis hiermee verder wil gaan. Een ander voordeel van DropBox is dat je mappen ook kunt delen met anderen (bijvoorbeeld met je klanten)!
Je kunt via http://www.dropbox.com gratis een account aanmaken en je krijgt dan 2Gb aan schijfruimte. Je kunt tegen betaling ook de ruimte ophogen.
2. Evernote
Het handige van Evernote is dat je ideeen, websites die je bezoekt en dingen die je wil noteren centraal kunt verzamelen en online beschikbaar kunt stellen. Op deze manier hou je dus je aantekeningen e.d. centraal. Je kunt Evernote voor diverse platformen downloaden (Mac,PC, Smartphone, Iphone, Blackberry en Palm), en je kunt de gegevens ook online volledig bewerken. Ik gebruik Evernote dus vooral voor het maken van aantekeningen, screenshots e.d.
Je kunt via www.evernote.com gratis een account aanmaken en de software downloaden. Bij het gratis account is wel een limiet van 40 Mb upload per maand. Indien gewenst kun je het account ook upgraden.
3. Digsby
MSN’en, mail checken van Google, Me.com, het werk, Twitter, Linkedin zijn zaken die ik dagelijks gebruik in mijn werk. Nu had ik in het verleden voor een ieder een aparte tool. Op die manier had ik mijn bureaublad vol staan met iconen en had ik diverse programma’s open staan. Met Digsby is dit allemaal gecombineerd in één tool. Zo kun je in Digsby dus diverse profielen toevoegen en via één centrale plek beheren en bekijken. Alles loopt dus via 1 overzicht. Het voordeel van Digsby is tevens dat ik de client ook op een anders systeem kan installeren en ik alleen maar met één account hoef in te loggen.
Je kunt via www.digsby.com de client downloaden (momenteel alleen voor PC; aan de Mac en Linux versie wordt gewerkt). Maak je profiel aan en voeg je andere profielen toe.
Moleskine VS Field Notes

Ik gebruik al een aantal jaren een Moleskin notitieblokje omdat dit gewoon de beste zijn die er bestaan. Het is prima materiaal, goed schrijfbaar en heeft een handig opbergvakje. Een Moleskin is alleen niet altijd even handig om mee te nemen. Zo gaat de rug wel een stuk en is het boekje te dik om in je broekzak te doen. Nu kwam ik op internet een Amerikaans bedrijfje tegen die Field Notes boekjes maken. Dit zijn dunne boekje die ook kwalitief zeer goed zijn. Ik weet dat Moleskin nu ook zo’n boekjes heeft, maar de Field Notes is weer eens wat anders
Ik heb me dus een Field Notes abonnement genomen (gelimiteerd op 100 abonnementen per serie) en ik ben benieuwd hoe ze bevallen. Per kwartaal krijg ik een zending toegestuurd incl. een aantal goodies
Aangezien ik een “gadget” lover ben, kon ik dit niet weerstaan…. nu nog wachten tot ze binnen komen.
Kijk zelf maar ook eens op http://fieldnotesbrand.com
het V-model
Tijdens het managen van projecten ben je steeds op zoek om tools en methodes te vinden die je helpen in het managen van projecten. Als projectmethodiek gebruiken we een afgeleide van Prince2. Ons eigen model is vooral handig in de commerciele overleggen met klanten. Ons model geeft duidelijk weer welke stappen doorlopen moeten worden bij een project.

Een andere voorbeeld van een methode die we gebruiken is GTD van David Allen. Hierover kun je meer lezen in mijn vorige blogpostings.
Momenteel gebruiken we ook het V-model (ook hier weer een eigen interpretatie) om onze projecten beter te managen.
Het V-model is een grafisch overzicht van een ontwikkeltraject. Er zijn een aantal stappen nodig voordat men kan starten met het ontwikkelen. Na het ontwikkelen zijn er een aantal stappen nodig om het traject op te leveren (zie http://en.wikipedia.org/wiki/V-Model).

Bij het ontwikkelen van een bijvoorbeeld een website beginnen we eerst met een grondige inventarisatie en analyse. Deze gegevens worden veelal verwerkt in een prototype, een USE CASE diagram (UML), een vision document of een blauwdruk. Dit is afhankelijk van de complexiteit van een project. Een prototype is een veel gebruikte manier om functionaliteiten, structuur en content visueel weer te geven. Met een prototype krijg je op voorhand ook een goede discussie over de 3 genoemde onderwerpen. Nadat een prototype ontwikkeld is wordt gestart met het ontwerp. Hierbij wordt dus goed gekeken naar de ontwikkelde documentatie. Nadat het ontwerp gereed is kan de developer starten met de ontwikkeling; hierbij wordt hij ondersteund met de documentatie en de designs. Nadat de ontwikkelaar gereed is en akkoord geeft op de ontwikkeling, dan kan de designer het eindresultaat vergelijken met de voorheen ontwikkelde designs. De designer zal op enig moment akkoord geven en dan kan de projectmanager de website testen en beoordelen op basis van het prototype (is alles wat besproken is verwerkt e.d.). Vervolgens kan de klant aan de slag met het redactiegedeelte van de website.
Het V-model is dus een handige tool tijdens het ontwikkelen van bijvoorbeeld een website. Het geeft duidelijk weer waar men zich in de ontwikkeling begeeft. Tevens kan men de verantwoordelijkheden qua ontwikkeltraject duidelijker vastleggen. Het testen en opleveren gebeurt dus op basis van eerder gemaakte documenten en designvoorstellen.
Social Media en het ‘Echte Leven’.
Afgelopen zaterdag las ik een artikel in de Limburger aangaande de diverse netwerkclubs die aan het ontstaan zijn in de regio Maastricht (voorbeelden als ViA2, SuitClub etc.). Zelf ben ik ook lid van de een of andere netwerkclub en het valt me op dat de Social Media onderdelen, die ter beschikking staan niet- of alleen maar gebruikt worden. Een goede mix tussen on- en offline is vaak ver te zoeken.
Netwerk clubs, die vooreen alleen fysiek waren worden nu veelal ondersteund met Social Media onderdelen (denk aan LinkedIn, Twitter, Facebook etc.). Vaak schiet men echter door in het gebruik van Social Media en vergeet men dat netwerken toch nog steeds in het ‘Echte Leven’ plaats vindt. Social Media moet dus niet primair, maar ondersteunend zijn aan het netwerken.
Het idee van Social Media is, dat men een eigen omgeving kan creëren en uitbouwen met relaties en connecties. Men kan zich vrijblijvend aanmelden bij de diverse groepen om deel te nemen aan discussies of om specifieke onderwerpen te volgen. Hoe men hieraan wil deelnemen bepaald men zelf. Social Media kan uitstekend worden ingezet in tussenliggende periodes dat er geen netwerk bijeenkomsten zijn.
Het voordeel van Social Media in deze is dat men online het netwerk steeds kan uitbreiden en zelf de deelname hieraan kan bepalen. In het ‘Echte Leven’ is het zo dat je (vaak) eerst lid moet maken van een netwerk groep (waarbij men soms vele honderden euros contributie betaald, men toegelaten moeten worden enz.). Dit is al een barrière die men online niet heeft. Een ander nadeel is dat men binnen een bepaalde vaste groep blijft (het zijn immers steeds dezelfde die deelnemen). Aangezien geld verdienen toch het primaire doel is om deel te nemen aan een netwerk club, is men toch snel ‘uitgekeken’ bij een omkaderde netwerk club.
OpenCoffee Club
Het is wellicht interessanter om een open netwerk (al dan niet op basis van een thema/expertise) op te zetten waarbij men vrijblijvend kan deelnemen (zoals bijvoorbeeld Open Coffee Club). Het netwerk wisselt steeds en je kunt zelf mensen in je eigen netwerk opnemen (zoals LinkedIn) zonder verdere verplichtingen. Dit biedt tevens de mogelijkheid om niet steeds in een zelfde netwerk te blijven hangen en leer je steeds nieuwe interessante mensen en bedrijven kennen.
Alleen deelnemen aan Social Media netwerken is dus absoluut niet voldoende! Dit is alleen een ondersteuning op je netwerk in het ‘Echte Leven’.

Als je echter verder doorvraagt of men ook een eigen blog heeft of veel twittert, dan worden de reacties koeler. Men heeft wel ideeën en onderwerpen voor een blog, echter om dit op te schrijven blijkt toch vaak een probleem te zijn.











Recente reacties